Een MG op zolder


Mijn enthousiasme voor MG's ontstond heel anders dan bij de meeste liefhebbers. De meeste mensen worden eerst verliefd op het merk en gaan daarna op zoek naar een MG. Bij mij ging het precies andersom: ik kocht eerst een MG... of beter gezegd, een enorme berg MG-onderdelen. Pas daarna werd ik een echte MG-freak.

Het was 1982. Ik reed al enkele jaren met een oude Morris Ten, een auto die ik vooral had gekocht omdat hij een gesloten carrosserie en vier zitplaatsen had. Zo konden mijn nog jonge kinderen ook mee op toertocht, zelfs wanneer het weer wat minder was.

In die tijd volgde ik in Sittard een avondcursus auto-elektronica. De autotechniek veranderde razendsnel door de opkomst van elektronica, en ik wilde graag bijblijven. Tijdens die cursus maakte ik kennis met een in Nederland wonende Schot. Net als ik had hij een zwak voor oude auto's en tijdens de pauzes vonden we al snel een gemeenschappelijk gespreksonderwerp.

Hij vertelde enthousiast over zijn Austin A35, zijn Morris Minor en vooral over zijn originele Mini Cooper uit 1964, waarmee hij en zijn vrouw nog regelmatig reden. Maar het meest gepassioneerd sprak hij over een bijzondere vooroorlogse MG.

"Het is een MG NA," vertelde hij trots. "Van dit type zijn tussen 1934 en 1935 slechts ongeveer 65 exemplaren gebouwd."

Een MG NA? Ik had er nog nooit van gehoord.

Mijn kennis van MG's beperkte zich destijds tot de bekende modellen als de MG TC, MGA en MGB. Van de vooroorlogse types wist ik vrijwel niets.

Na een van onze cursusavonden nodigde hij me uit om thuis een kop Engelse thee te komen drinken. Dan kon hij me meteen wat meer van zijn zeldzame restauratieproject laten zien.

Voordat we zijn huis binnengingen, moest ik eerst zijn Mini Cooper bewonderen. Die stond onder een straatlantaarn voor de woning geparkeerd. Het was inderdaad een originele Cooper uit 1964, compleet met het stuur rechts – rechtstreeks uit Schotland meegekomen naar Nederland.

Na de bezichtiging volgde onvermijdelijk een proefrit.

"Stap maar in, ik rij," zei hij.

Nog voordat ik goed en wel zat, schoten we met piepende banden de straat uit. Gelukkig was het na tienen uitgestorven in het dorp, want de volgende vijf minuten voelde ik me alsof ik als navigator deelnam aan de Rally van Monte Carlo. Driftend, met veel tussengas en woest trekkend aan de versnellingspook joeg hij de Mini door de smalle straatjes.

"Dít is pas wegligging!" schreeuwde hij boven het motorgebrul, het gekras van de versnellingsbak en het gegil van de kleine bandjes uit.

Ik zei niet veel. Ik knikte glimlachend, terwijl ik mij met beide handen stevig aan de onderkant van mijn stoel vastklemde.

"Hier hou ik van!" lachte hij toen we met opnieuw piepende banden voor zijn huis tot stilstand kwamen.

Binnen kreeg ik een grote mok Engelse thee met melk voorgeschoteld. Terwijl ik door zijn indrukwekkende verzameling MG-boeken bladerde, sloeg hij een pagina open.

"Dit is mijn MG."

Op de zwart-witfoto stond een prachtige open vierzitter uit 1934, voorzien van spaakwielen, een lange motorkap met een zescilinder motor, een fraai leren interieur en een schitterend wortelnoten dashboard vol klokken en meters.

Nu wist ik eindelijk waar hij al die tijd zo enthousiast over had gesproken.

"En waar staat die beroemde MG dan?" vroeg ik nieuwsgierig. "Kunnen we hem niet even bekijken?"

Hij glimlachte wat ongemakkelijk.

"Dat wordt lastig..."

De auto bleek namelijk volledig uit elkaar te liggen. Letterlijk elk onderdeel was gedemonteerd. Ongeveer 95 procent van alle onderdelen lag verspreid opgeslagen bij vrienden en kennissen, omdat hij thuis simpelweg geen ruimte had.

"Maar kom eens mee."

In de slaapkamer wees hij naar de bovenkant van de kledingkast. Daar lag het houten dashboard. Daarnaast stond een doos met carburateurs, een andere doos met klokken, meters en schakelaars, en weer ergens anders een houten kist met de nokkenas, de twaalf kleptuimelaars, klepveren en handenvol bouten en moeren.

Vol enthousiasme begon hij uit te leggen hoe het bijzondere kleppenmechanisme werkte en vertelde hij dat de motor oorspronkelijk als vliegtuigmotor was ontworpen voordat hij door MG werd aangepast voor autogebruik. Tussen de honderden losse onderdelen viste hij trots de originele brandstofpomp tevoorschijn.

"Kijk... nog met de messing voet!"

Later vertelde hij hoe hij de auto had gevonden. De vorige eigenaar in Engeland had hem al meer dan tien jaar eerder volledig gedemonteerd om te restaureren, maar was kort daarna overleden. Via via hoorde mijn Schotse vriend dat de complete MG nog altijd als een enorme verzameling losse onderdelen in een garage stond. Uiteindelijk wist hij de familie over te halen alles te verkopen.

Hij werkte destijds bij Q & Q Classic Cars in Voerendaal en reed met de vrachtwagen van het restauratiebedrijf naar Engeland om de complete verzameling onderdelen op te halen.

Toen ik die avond afscheid nam, wenste ik hem veel succes.

Maar onderweg naar huis dacht ik vooral één ding:

"Wat een onvoorstelbare klus..."

Een auto die tot het allerlaatste schroefje uit elkaar ligt weer compleet opbouwen, met slechts een paar foto's en wat summiere documentatie. Internet bestond nog niet. Onderdelenboeken waren schaars. Er was nauwelijks iemand die je om advies kon vragen.

Ga er maar aanstaan...

 

Ongeveer een jaar later werd ik totaal onverwacht door hem gebeld. Na een aangrijpend verhaal over zijn huwelijksproblemen vroeg hij mij of ik misschien belangstelling had om zijn MG NA over te nemen.

Ik maakte hem duidelijk dat het hier niet over een auto ging, maar over een enorme berg losse MG-onderdelen. Zo'n avontuur zag ik eerlijk gezegd helemaal niet zitten.

Maar hij gaf niet op.

"De auto is echt helemaal compleet," verzekerde hij me. "Alleen de benzinemeter ontbreekt."

Mijn enthousiasme bleef gering, maar hij bleef aandringen.

"Ik heb het geld echt hard nodig. Daarom maak ik je een heel speciale prijs."

En inderdaad... voor dat bedrag kon ik nog niet eens een motor kopen voor mijn oude Morris Ten.

Dus...

Verkocht!

"Dan kom ik het geld meteen ophalen," zei hij opgelucht, "en neem ik alvast alles mee wat ik hier thuis heb liggen."

Nog diezelfde dag stond hij voor de deur.

Hij bracht een schakelpook, de vleugelmoeren van de spaakwielen, de klokken en meters, een doos met carburateuronderdelen, de originele Engelse nummerplaten, het Engelse kentekenbewijs, de invoerpapieren en zijn complete verzameling MG-boeken. Daar kwamen nog enkele dikke ordners bij, gevuld met oude documenten en de complete geschiedenis van de auto.

"En de rest?" vroeg ik.

"Die halen we zaterdag op."

Op dat moment wist ik nog niet hoeveel kennissen hij blijkbaar had...

Wat ik dacht dat één ritje zou worden, veranderde in een logistieke speurtocht die vier zaterdagen zou duren. We reden honderden kilometers door heel Limburg en zelfs een stukje Duitsland om alle onderdelen bijeen te krijgen.

De MG bleek letterlijk over vijf verschillende adressen in vier dorpen en steden verspreid te liggen.

Het chassis lag in Duitsland.

De motor en versnellingsbak stonden op de zolder van iemand anders, volledig gedemonteerd in half vergane dozen tussen oud kinderspeelgoed.

Overal waar ik keek lagen tandwielen, zuigers, lagerschalen, veren, bouten, moeren, remonderdelen, de cardanas, dynamo, startmotor en ontsteking. Alles was tot de laatste schroef uit elkaar gehaald en achteloos in oude veilingkisten gegooid, vaak op een bodem van vergeelde Engelse kranten.

Het interieur vonden we op de hooizolder van een boerderij. De vooras lag ernaast, waarbij de losse onderdelen met een stuk ijzerdraad bijeen waren gebonden. De bladen van de bladveren zaten verspreid in dozen waarop nog de naam van een Engels wasmiddel stond.

De radiateur, grille, kap, zijruiten en de vijf spaakwielen lagen verborgen onder werkbanken in een loods op zijn werk.

De spatborden, motorkap en deuren stonden weer bij zijn overbuurman in de garage, tussen een tuinstel, een grasmaaier en een paar kinderfietsen.

Toen ik opnieuw een aanhangwagen vol onderdelen mijn garage binnensleepte, keek mijn vrouw me hoofdschuddend aan.

"Mijn God, Frans... wat moet jij toch met al die rommel?"

Ik wist eigenlijk geen goed antwoord.

Aanvankelijk begon ik met weinig enthousiasme aan de restauratie. Maar hoe verder ik kwam, hoe meer ik onder de indruk raakte van de techniek en de schoonheid van deze bijzondere MG. Langzaam maar zeker veranderde die berg onderdelen in een auto, en groeide mijn bewondering uit tot echte liefde.

De restauratie nam meerdere jaren in beslag. Niet alleen omdat het een gigantische klus was, maar ook omdat ik vrijwel alles zelf wilde doen: de motor- en chassisrevisie, het plaatwerk, de houtconstructie, de bekleding, de complete bedrading en uiteindelijk ook het spuitwerk.

Toen de MG, die inmiddels meer dan dertig jaar als een verzameling losse onderdelen had rondgezworven, eindelijk weer als complete auto op zijn eigen wielen stond, bleek mijn Schotse vriend gelijk te hebben.

Van alle duizenden onderdelen ontbrak uiteindelijk slechts één essentieel onderdeel...

De benzinemeter.

Inmiddels zijn we vele jaren verder. De MG is uitgegroeid tot een trouwe kameraad. Dankzij zijn krachtige zescilinder motor rijdt hij voor een auto uit 1934 verrassend vlot en elke rit bezorgt me nog steeds hetzelfde plezier.

Ook de verkoper is in de loop der jaren een goede vriend geworden. Of mijn aankoop uiteindelijk zijn huwelijk heeft gered, weet ik niet. Maar één ding weet ik wel:

Ik ben hem nog altijd dankbaar dat hij destijds bleef aandringen.

Want zonder hem had ik nooit de eigenaar geworden van misschien wel de mooiste berg MG-onderdelen die ik ooit heb gekocht.

Naschrift

Het verhaal van de Mini Cooper kreeg overigens nog een opmerkelijk vervolg.

Jaren later besloot mijn Schotse vriend ook die auto volledig te restaureren. Aan technische kennis ontbrak het hem niet. Inmiddels werkte hij als onderhoudsmonteur aan NAVO-vliegtuigen die gestationeerd waren in Gelsenkirchen. Motoren en techniek waren dus zijn vak.

Plaatwerk was echter een ander verhaal.

Daarom bracht hij de carrosserie van zijn Mini naar een carrosseriebedrijf in Duitsland. Als de auto geen haast had, kon de restauratie voor een aantrekkelijke prijs worden uitgevoerd.

Een half jaar later ging hij eens informeren naar de voortgang.

Tot zijn verbazing bleek het bedrijf verdwenen.

Failliet.

De complete carrosserie van de Mini was spoorloos verdwenen en is nooit meer teruggevonden.

Later heb ik alle overgebleven onderdelen van de Mini van hem overgenomen: de complete techniek, alle papieren en de documentatie.

Alles...

Behalve de carrosserie.

Frans Feijts

 

Wordt vervolgd....