REPORTAGE ONDERZOEK HENK BRAUER

Eerste auto kwam uit... Swalmen

 

Door Marcel van Lier

De allereerste auto van Nederlands fabrikaat komt uit Limburg. Henk Brauer uit Belfeld is er na uitvoerig onderzoek van overtuigd dat machinebouwer Peter Konings uit Swalmen bijna 125 jaar geleden de primeur had. Kleinzoon Leo jr. (95) is blij dat opa eindelijk de eer krijgt die hem toekomt.

SWALMEN/BELFELD - Swalmen is de bakermat van de Nederlandse automobielindustrie. Leo Konings liet het in 2008 al optekenen in De Limburger. In 1898 reed het eerste vierwielige voertuig met een verbrandingsmotor bij de fabriek van zijn grootvader Peter de poort uit, beweerde hij. Belfeldenaar Henk Brauer zegt voldoende bewijs te hebben verzameld om die stelling te kunnen onderbouwen. De oud-wethouder van Venlo, autofanaat in hart en nieren, dook in tal van archieven, sprak met nazaten en met de huidige directie van het familiebedrijf, dat nog steeds bestaat.

‘Slimme ondernemer’

Peter Konings, zoon van Duitse immigranten uit Heinsberg – Königs geheten, maar vader Michael liet de naam aanpassen – leidde aan het eind van de negentiende eeuw een bloeiende machinefabriek annex ijzergieterij in Swalmen. „Hij was een slimme ondernemer, die handig inspeelde op de mechanisatie van de landbouw en industrie in die tijd. Het bedrijf stond te boek als betrouwbaar en innovatief. De stoomcarrousel in de Efteling is ook door Konings gebouwd en draait nog steeds.”

Na een aanrijding in Amsterdam ontstond een opstootje waarbij het niet veel scheelde of beide broers waren met auto en al de gracht in gekieperd.
Henk Brauer

Dat de gedreven entrepreneur en constructeur zich ook aan de fabricage van rollend materieel zou wagen, was niet verwonderlijk. Peter Konings ging op jonge leeftijd al in de leer bij wagenbouwers in Viersen en Brussel. Brauer: „Hij zal de ontwikkelingen in Duitsland ongetwijfeld op de voet hebben gevolgd. De Benz Patent Motorwagen uit 1885 wordt internationaal beschouwd als de eerste rijvaardige benzineauto. In ons land stond de productie lange tijd in de kinderschoenen, waardoor het lastig is om te bepalen wie wanneer de primeur had. Bovendien is het de vraag waar een voertuig aan moet voldoen om als volwaardige auto gekwalificeerd te worden.”

Om het kaf van het koren te scheiden hanteerde Brauer twee criteria: de auto moest betrouwbaar zijn en geheel van Nederlandse makelij. Een artikel in De Kampioenvan de Nederlandsche Automobiel Club (later KNAC) van 10 februari 1902 zette hem op het juiste spoor. ‘Na louter mislukte proeven en teleurstellende resultaten is er dan eindelijk een zuiver Hollandsche auto ter wereld gekomen’, meldde het blad. ‘En deze auto loopt!’ Onberispelijk zelfs, voegde de auteur eraan toe. Om vervolgens bouwer Peter Konings en zijn uit Roermond afkomstige compagnon Ferdinand Anderheggen, uitvinder van het transmissiesysteem, te feliciteren ‘met dit grote succes’.

Aanrijding

De door hen vervaardigde auto wordt in verschillende bronnen genoemd als één van de slechts vijf Nederlandse wagens die na een betrouwbaarheidsrit van meer dan 500 kilometer de finish haalden. „Betere reclame konden ze niet wensen. Anderheggen ervoer echter ook de keerzijde van de medaille. Hij en zijn broer Frans veroorzaakten in hun woonplaats Amsterdam een aanrijding waarbij een fietser ten val kwam. Er ontstond een opstootje en het scheelde niet veel of beide broers waren met auto en al de gracht in gekieperd.” Op het platteland had de ‘heilige koe’ destijds nog het effect van een rode lap op een stier. In Diemerbrug werden de Anderheggens door enkele woeste dorpelingen tot stoppen gedwongen. „De broers kregen zelfs een bekeuring van 100 gulden aan de broek, omdat ze harder dan een paard met kar hadden gereden.”

Niet rendabel

Met de dollartekens al op het netvlies zullen de koene pioniers de boete en blauwe plekken vast voor lief hebben genomen. Maar de zilvervloot voer aan Swalmen voorbij. Autofabricage bleek voor Konings allesbehalve lucratief. „De eerste Konings-auto zou 1800 gulden gekost hebben. Dat was meer dan vier keer het jaarsalaris van de gemiddelde arbeider. Een betaalbare middenklasser op de markt brengen zou alleen rendabel zijn bij seriematige productie, zoals later de T-Ford. Daar was het bedrijf in Swalmen niet op toegerust. Hoewel investeerders hem veel geld boden om een autofabriek te beginnen, hield Peter Konings het na vijf auto’s voor gezien. Anders was niet Born, maar Swalmen misschien wel uitgegroeid tot het centrum van onze nationale auto-industrie.”

De volledige publicatie van het onderzoek door Henk Brauer is opgenomen in het onlangs verschenen 40ste jaarboek van heemkundevereniging Maas en Swalmdal.‘Eerste auto in Nederland reed door Venlo’

Henk Brauer hielp Limburg met zijn onderzoek aan nóg een primeur. Hij ontdekte dat de eerste auto op Nederlandse bodem niet in Arnhem of Tilburg reed, maar in Venlo.

Een oud krantenbericht dat hij al eerder was tegengekomen, trok ditmaal zijn aandacht. Het Venloosch Weekblad schreef op 8 april 1893 over een rijtuig op drie raderen en zonder paarden dat in de stad veel bekijks trok. Eene machine door benzine in beweging gebracht reed van Suchtelen naar Venlo en deed slechts een half uur over deze reis, die normaal vier uur in beslag nam. Het was de datum die hem aan het denken zette. Had hij niet ergens gelezen dat er gesteggel is over waar voor het eerst een auto reed in Nederland? „Arnhem claimt al langere tijd de primeur en heeft er zelfs een gedenksteen voor opgericht met het jaartal 1896, terwijl Tilburg beweert dat daar in 1895 al een voertuig met verbrandingsmotor door de straten tufte. Venlo was dus ruim twee jaar eerder.”

Brauer concludeert op basis van uitvoerig bronnenonderzoek dat het ging om een Benz Patent Motorwagen nummer 3, de eerste auto die bouwer Carl Benz op de markt bracht. In totaal zijn er 25 gemaakt. Achter het stuur zat Richard Freudenberg, een rijke textielfabrikant uit Süchteln, net over de grens. De jongens uit het krantenbericht waren zijn beide zonen.

Dat hij in 32 minuten naar Venlo zou hebben gereden, bewijst dat fake news van alle tijden is. „Gezien de afstand zou dit neerkomen op een gemiddelde snelheid van ruim 30 kilometer per uur, terwijl de Benz niet harder liep dan de helft. Maar Freudenberg stond bekend om zijn vlotte babbel. Het kan dus ook grootspraak zijn geweest.”

Hoe dan ook, Arnhem en Tilburg kunnen wat Brauer betreft uit de boeken. „De eerste auto reed in Venlo. En dat is volgend jaar op de kop af 130 jaar geleden. Mooi moment voor een eigen plaquette, dunkt me.”

 

Artikel overgenomen uit De Limburger